Heroverweging 380kV-hoogspanningstracé West-Brabant

Het Rijk is al enige jaren bezig met de voorbereidingen voor de aanleg van een nieuwe 380kV hoogspanningsverbinding door zuidwest-Nederland: van Borssele naar Tilburg. De bestaande 380kV-verbinding van Borssele naar Geertruidenberg is vol. Het is hierdoor niet mogelijk om onderhoud te plegen aan de verbinding zonder dat dit leidt tot tijdelijke productievermindering en in geval van calamiteiten is de leveringszekerheid niet gegarandeerd. Het Zuid-West tracé is opgesplitst in een Westelijk deel (Borssele-Rilland) en een Oostelijk deel (Rilland-Tilburg). Aanvankelijk was het plan om voor het Oostelijk deel te kiezen voor een noordelijk tracé, waarbij kon worden gecombineerd met de bestaande verbinding. Uit onderzoek bleek echter dat het combineren van twee 380-kV leidingen in één mast zou leiden tot te grote net-technische risico’s; aanpassing van het tracé zou gevolgen hebben voor gevoelige bestemmingen. Vandaar dat is gekozen voor een nieuw, zuidelijk tracé.

Deze keuze heeft echter geleid tot een storm van protest, afkomstig van 19 samenwerkende gemeenten en de provincie maar ook van natuur- en milieuorganisaties. Het protest vloeit voort uit het feit dat het beoogde nieuwe tracé (te) dicht langs woongebieden gaat en door belangrijke natuurgebieden. Vier actiecomités die worden ondersteund door 12 natuur- en milieuorganisaties, hebben in een brandbrief de Ministers Kamp en Schultz opgeroepen om een onafhankelijk vergelijkend onderzoek te laten doen naar de (maatschappelijke) kosten en baten van het zuid- en noordtracé. Tevens dienen alternatieve tracés, bijvoorbeeld middels bundeling met de rijkswegen A17 en/of de A59 te worden onderzocht. Het huidige beoogde tracé is volgens hen in strijd met de structuurvisie en met provinciaal beleid.

Achtergrond en procedure

Grootschalige productie van energie vindt steeds meer plaats nabij kustlocaties waar veelal gunstige vestigingsfactoren zijn. Hierdoor wordt de afstand van productielocatie naar verbruikslocaties groter. Gecombineerd met de toename van in- en export van elektriciteit betekent dit dat de vraag naar transportcapaciteit en dus het belang van het landelijke 380-kV net zal toenemen.

De realisatie van een hoogspanningsverbinding is een infrastructureel project van nationaal belang. Dit betekent dat de Rijkscoördinatieregeling van toepassing is, waardoor de procedures van de benodigde besluiten worden versneld en gestroomlijnd. Om de realisatie planologisch mogelijk te maken, dient een inpassingsplan – een bestemmingsplan op rijks niveau – te worden vastgesteld door de ministers van EZ en I&M. Daarnaast dient in een milieueffectrapportage onderzoek te worden gedaan naar de milieueffecten van de aan te leggen verbinding. Ook zijn diverse vergunningen en ontheffingen (bijvoorbeeld Flora&fauna) nodig, welke door TenneT zullen worden aangevraagd. De coördinatieprocedure zorgt ervoor dat alle besluiten tegelijkertijd in ontwerp ter inzage gaan voor zienswijzen (voor iedereen). Vervolgens worden de besluiten definitief vastgesteld en kan hiertegen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Om te voorkomen dat er ontwikkelingen plaatsvinden in het gebied van het voorgenomen tracé voordat het inpassingsplan klaar is, is of wordt door de ministers een voorbereidingsbesluit geslagen. Het gevolg hiervan is dat het voor het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt, een aanhoudingsplicht geldt voor vergunningaanvragen. Deze aanhoudingsplicht kan onder voorwaarden worden doorbroken. Het recentste voorbereidingsbesluit voor het westelijk deel is in werking getreden op 20 juni 2014 en vervalt na een jaar ofwel, wanneer binnen dat jaar een ontwerp inpassingsplan ter inzage is gelegd, wanneer het inpassingsplan in werking treedt. Na afloop van een voorbereidingsbesluit kan een nieuw voorbereidingsbesluit worden geslagen, de aanhoudingsplicht loopt echter niet door: na afloop van een voorbereidingsbesluit moet het bevoegd gezag een besluit nemen op aanvragen die tijdens de duur van het voorbereidingsbesluit zijn ingediend.

Voor het oostelijk deel is nog geen voorbereidingsbesluit gepubliceerd en daarvoor geldt derhalve (nog) geen aanhoudingsplicht. Aanvragen voor nieuwe ontwikkelingen in dit tracégebied kunnen derhalve niet onder verwijzing naar het in voorbereiding zijnde inpassingsplan worden aangehouden: het gebied staat nog niet ‘op slot’.

Conclusie

De protesten hebben in ieder geval in zoverre succes gehad dat recentelijk minister Kamp heeft ingestemd met uitstel van het besluit omtrent het tracé. Tot half maart kunnen voorstellen voor alternatieve tracés worden aangeleverd, die vervolgens zullen worden beoordeeld en – indien goed bevonden – uitgewerkt. Bij het bepalen van de mogelijke route van een hoogspanningsverbinding wordt gezocht naar een manier om nieuwe doorsnijdingen van het landschap zoveel mogelijk te voorkomen. Dit wordt gedaan door nieuwe met bestaande verbindingen te combineren of nieuwe verbindingen naast bestaande infrastructurele verbindingen aan te leggen (bundelen). Nieuwe situaties waarbij kinderen langdurig verblijven in de directe omgeving van hoogspanningslijnen worden zoveel mogelijk voorkomen (voorzorgsbeginsel).

Op 2 maart jl. hebben de gezamenlijke actiegroepen een alternatief tracé gepresenteerd, dat begint in Roosendaal, langs de A17 omhoog loopt tot Moerdijk, vanaf daar de bestaande hoogspanningsleiding volgt tot aan Geertruidenberg en vanaf daar over de bestaande hoogspanningsleiding naar het zuidoosten gaat. Dit alternatief zou volgens de groepen het meest milieuvriendelijke alternatief zijn. Ook zou hierdoor geen extra aantasting van het landschap zijn, omdat er gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructuur.

Begin 2016 zal een definitief besluit worden genomen over het tracé. De formele (inspraak)procedure moet dan overigens nog beginnen. Met andere woorden, aan de ene kant worden de kaarten nu voor een deel geschud, daarnaast moet de formele procedure nog beginnen. In dit stadium is het van groot belang dat belanghebbenden (waar onder gemeenten, waterschappen, bedrijven,  scholen en kinderdagverblijven, natuurorganisaties en woningcorporaties) het proces en de discussie nauwgezet volgen en steeds juridisch laten beoordelen. Immers: in dit stadium moet men de argumentenmunitie verzamelen voor de discussie die tijdens de formele procedure gevoerd gaat worden.

Maart 2015

Door: mr. Miranda Pals-Reiniers en mr. Onno Tacoma MRE MRICS

___________________________