Strengere regels (her)benoeming bestuurders en commissarissen woningcorporaties

Per 1 juli 2015 is de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (hierna: ‘Herzieningswet’) in werking getreden. Naar aanleiding van de misstanden qua frauduleus en verwijtbaar gedrag van ex-bestuurders van woningcorporaties die tijdens de Parlementaire Enquête Woningcorporaties aan het licht kwamen, stelt de Herzieningswet aangescherpte regels met betrekking tot (her)benoeming van bestuurders en commissarissen van woningcorporaties. Deze regels zijn erop gericht de professionaliteit en integriteit van woningcorporaties te bevorderen.

Eerder heeft Weebers Vastgoed Advocaten N.V. in Vastgoedrecht een artikel gepubliceerd inzake de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van woningcorporaties.[1] In navolging c.q. aansluiting daarop worden in dit artikel drie onderwerpen uit de Herzieningswet behandeld, waar woningcorporaties rekening mee dienen te houden bij het (her)benoemen van bestuurders en commissarissen. Er wordt ingegaan op de ‘fit & propertest’, het combineren van (neven)functies en het recht van huurdersorganisaties.

Geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets

Per 1 juli 2015 dienen (nieuwe) bestuurders en commissarissen van de Raad van Toezicht een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets te ondergaan, de zogeheten ‘fit & propertest’. Met de test wordt een betere kwaliteit en integriteit van de bestuurders en het intern toezicht van woningcorporaties beoogd. De Autoriteit woningcorporaties[2] voert de test uit, namens de minister.

Uit de test volgt een zienswijze. Een positieve zienswijze over de geschiktheid en betrouwbaarheid is een vereiste voor (her)benoeming. Indien de minister (in de praktijk de Autoriteit woningcorporaties) niet binnen de wettelijke termijn een zienswijze geeft, wordt van rechtswege een positieve zienswijze gegeven.

Artikel 19 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (hierna: ‘Btiv’) geeft nadere voorschriften omtrent de zienswijze. Zo heeft de zienswijze in ieder geval betrekking op de geschiktheid, de betrouwbaarheid en de beoogde functie van de bestuurder of commissaris.

De geschiktheid van de bestuurder of commissaris blijkt uit de opleiding, werkervaring, vakinhoudelijke kennis en een aantal competenties. Deze competenties zijn weergegeven in de onderstaande tabel en gedefinieerd in Bijlage I bij het Btiv 2015.

Competenties

Bestuurders

Commissarissen

  • Authenticiteit;
  • Besluitvaardigheid;
  • Integriteit & moreel besef;
  • Leiderschap;
  • Maatschappelijke (omgevings)sensitiviteit & verantwoordelijkheid;
  • Overtuigingskracht;
  • Resultaat- en klantgericht;
  • Samenwerkingsvermogen;
  • Zelfreflectie.
  • Authenticiteit;
  • Bestuurlijk inzicht;
  • Integriteit & moreel besef;
  • Helikopterview;
  • Maatschappelijke (omgevings)sensitiviteit & verantwoordelijkheid;
  • Onafhankelijke oordeelsvorming;
  • Teamspeler;
  • Vakinhoudelijke kennis en visie;
  • Zelfreflectie.

De betrouwbaarheid blijkt uit het (voorgenomen) handelen of nalaten en uit de antecedenten genoemd in Bijlage I bij het Btiv 2015, waaronder strafrechtelijke, financiële, toezicht en fiscaal bestuurlijke antecedenten.

Tevens betrekt de minister (praktijk: Autoriteit woningcorporaties) bij zijn zienswijze de aard en zwaarte van de beoogde functie, en de aard en omvang van de werkzaamheden van de toegelaten instelling.

Nevenfuncties

In de Herzieningswet zijn (neven)functies opgenomen welke niet te combineren zijn met een bestuurs- of commissarisfunctie bij een woningcorporatie. Hiermee wordt beoogd de kans op een belangenconflict te beperken. Indien wel sprake is van een tegenstrijdige (neven)functie, kan de minister het verzoek tot toelaten als instelling weigeren. De wet maakt onderscheid tussen bestuurs- en commissarisfuncties.

De volgende (neven)functies zijn onverenigbaar met een bestuursfunctie (art. 25 Woningwet):

  • het lidmaatschap van het bestuur van een andere woningcorporatie;
  • het lidmaatschap van een ander orgaan, en een andere functie, bij de eigen of een andere woningcorporatie;
  • het lidmaatschap van het bestuur van een andere rechtspersoon of vennootschap, tenzij deze een dochtermaatschappij is of werkzaamheden verricht gericht op het maatschappelijk belang (instemming Raad van Toezicht vereist in de laatste situatie);
  • een eerder lidmaatschap van het bestuur of Raad van Toezicht van een woningcorporatie, indien die corporatie ten tijden van het lidmaatschap een aanwijzing of maatregel is als gevolg van ondeugdelijke bedrijfsvoering is opgelegd;
  • een lidmaatschap van het college van Burgemeester & Wethouders, Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van een waterschap of een organisatie die de belangen van gemeenten, provincies of waterschappen behartigt;
  • een functie bij de overheid wanneer door die functie betrokkenheid ontstaat of kan ontstaan bij de werkzaamheden van de woningcorporatie of bij de ontwikkeling of uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid van de overheid.

Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht (commissarisfunctie) is onverenigbaar met (art. 30 Woningwet):

  • het lidmaatschap van het bestuur van een woningcorporatie en het eerdere lidmaatschap van het bestuur van de betreffende corporatie;
  • het eerdere lidmaatschap van de Raad van Toezicht van een woningcorporatie, indien die corporatie ten tijde van het lidmaatschap een aanwijzing of maatregel als gevolg van ondeugdelijke bedrijfsvoering is opgelegd;
  • het lidmaatschap van een toezichthoudende instantie, indien een ander lid van de Raad van Toezicht van de woningcorporatie ook zitting heeft in diezelfde toezichthoudende instantie;
    • het lidmaatschap van een maatschappelijke organisatie, indien een bestuurder van die organisatie ook bestuurder is van de woningcorporatie;
    • het lidmaatschap van een college van Burgemeesters & Wethouders, Gedeputeerde Staten of van het dagelijks bestuur van een waterschap binnen de gemeente, provincie of werkgebied van de woningcorporatie, of een andere organisatie die de belangen van gemeente, provincie of waterschappen behartigt;
    • een functie bij de overheid wanneer door die functie betrokkenheid ontstaat of kan ontstaan bij de werkzaamheden van de woningcorporatie of bij de ontwikkeling of uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid van de overheid.

Tot slot is voor het benoemen van een bestuurder of commissaris een verklaring vereist. Deze verklaring houdt in dat de kandidaat (i) niet eerder een bestuurlijke of toezichthoudende functie heeft bekleed bij een organisatie die op het maatschappelijke belang gerichte werkzaamheden verricht ten aanzien waarvan, door zijn handelen of nalaten, een aanwijzing of maatregel is opgelegd. De verklaring houdt tevens in dat de kandidaat (ii) nooit voor een financieel-economisch delict is veroordeeld.

Voordragen commissarissen

Huurdersorganisaties krijgen middels de Herzieningswet meer zeggenschap binnen woningcorporaties. Zo hebben zij onder andere het bindend recht commissarissen voor te dragen voor de Raad van Toezicht. Het aantal voor te dragen commissarissen is bij wet bepaald: minimaal twee bij een raad bestaande uit vijf of meer personen en één commissaris bij een raad bestaande uit drie of vier personen.

December 2015, mr. Angélique Claassen


[1] Claassen, A.J.L. & Schipper, V. (2014). Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen van woningcorporaties: De Balans Hersteld? Vastgoedrecht, 2014 (1), p. 14.

[2] De Autoriteit woningcorporaties is ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.